Publicatie: Hoe WildlifeNL begon – een analyse van fase-0

Hoe pak je transdisciplinair onderzoek nou goed aan? Waar begin je en hoe zorg je ervoor dat de eerste fase soepel verloopt? In Environmental Science & Policy is recentelijk de eerste academische publicatie verschenen over het proces van WildlifeNL, waarin we precies op deze vragen ingaan. Hiervoor is de beginfase (fase-0) van het WildlifeNL project uitgebreid geanalyseerd. Een mooie aanleiding om hierover in gesprek te gaan met één van onze onderzoekers.
Het onderzoek dat hier besproken wordt, is uitgevoerd door een team van WildlifeNL onderzoekers: Irma Arts, Annemarie Horn, Joris Cromsigt, Martin Drenthen, Gerard Schouten en Ine Dorresteijn.
Annemarie, het artikel dat binnenkort verschijnt gaat over transdisciplinair onderzoek, één van jouw expertises. Je lijkt me dan ook de uitgelezen persoon om eerst maar eens aan te vragen wat dit nou eigenlijk betekent.
“Bij onderzoek betekent de classificatie van ‘transdisciplinair’ simpel gezegd dat het een samenwerkingsverband is van mensen uit diverse velden en vakgebieden. We gebruiken de term transdisciplinair specifiek voor samenwerkingen waarbij onderzoekers uit verschillende disciplines en partijen buiten de wetenschap of universiteit betrokken zijn. Verder staat in transdisciplinariteit centraal dat er dus geen sprake is van een consultancy-rol of een dynamiek van opdrachtgever – opdrachtnemer, maar dat het echt een wederzijdse samenwerking is.”
In het artikel staat dat jullie je vooral gericht hebben op fase-0. Wat houdt dit precies in en waarom was juist dit interessant voor jullie?
“Fase-0 beslaat alle stappen die plaatsvinden voordat het daadwerkelijk uitvoeren van onderzoek begint. Dus eigenlijk alle voorbereidingen die hiervoor nodig zijn, in de breedste zin van het woord. De reden dat juist deze fase zo interessant was om te bestuderen, is dat de meeste onderzoeken naar transdisciplinaire samenwerkingen eigenlijk pas na dit moment beginnen – wanneer het onderzoek al loopt en de fase met al het voorwerk is afgerond.
Er is dan ook opvallend weinig bekend over hoe je deze vroege fases goed kunt inrichten, terwijl we wel weten dat fase-0 heel belangrijk is voor gedegen transdisciplinair onderzoek. Bij WildlifeNL was er juist veel aandacht voor dit vroege proces, waardoor we de kans kregen om goed te kijken naar alles wat aan zo’n onderzoek voorafgaat. Daarmee hebben we met dit onderzoek een mooie bijdrage kunnen leveren.”
Hoe zijn jullie hierbij te werk gegaan?
“We zijn eerst begonnen met het verzamelen van allerlei oude documenten, mailwisselingen en overlegnotulen rondom het opstellen van het onderzoeksvoorstel en het aanvraagproces voor de financiering. Door alle verschillende stukjes informatie in een tijdlijn naast elkaar te leggen, konden we een reconstructie maken van hoe het uiteindelijke onderzoeksvoorstel tot stand is gekomen. Wat waren bijvoorbeeld de afwegingen voor bepaalde keuzes? En waarom heeft het eindproduct deze vorm gekregen? Dat zijn zaken waar we op deze manier allemaal inzicht in kregen.

Daarnaast hebben we ook alle processen tijdens de eerste twee jaar van het project op de voet gevolgd en gedocumenteerd. Dat was dus de tijd nadat de aanvraag was goedgekeurd, maar voordat het onderzoek werd uitgevoerd. In deze periode vonden workshops plaats waarin we met alle betrokken partijen in gesprek gingen over waar WildlifeNL zich precies op zou richten. Hoe kaderen we het af en waarom daar? En hoe zorgen we ervoor dat we maatschappelijk relevante vragen adresseren die daadwerkelijk antwoord geven op de behoefte uit de praktijk?
Deze twee onderdelen – de voorbereiding van het financieringsvoorstel en het gezamenlijk opstellen van de onderzoeksagenda – vormden samen dus de fase-0 waar wij naar hebben gekeken.”
Leuk om zo eens een inkijkje te krijgen in het proces, maar waar we natuurlijk het meest benieuwd naar zijn: wat waren de belangrijkste bevindingen?
“Wat ons tijdens de analyse opviel, is dat er bij vrijwel alle beslissingen sprake leek te zijn van een driehoek van vragen die telkens terugkwam: wie betrek je, wat onderzoek je en waar onderzoek je dat? En het bleek al snel dat deze drie aspecten ook elkaar doorlopend beïnvloeden. In het artikel beschrijven we de onderlinge interactie binnen deze driehoek aan de hand van een paar concrete voorbeelden die daadwerkelijk hebben plaatsgevonden.

Bij de ‘wat-vraag’ werd bijvoorbeeld besproken of bepaalde diersoorten onderdeel moesten zijn van het project. Deze beslissing zou direct gevolgen hebben voor de ‘waar-vraag’, omdat niet elke diersoort overal in Nederland voorkomt. De geschikte locaties die vervolgens overbleven, beperkten ook automatisch weer de groep potentiële partners voor de ‘wie-vraag’. Heb je in die gebieden echter geen netwerk of kom je er met die partijen niet uit, dan moet je weer opnieuw gaan kijken naar het ‘waar’ en ‘wat’.
In dit samenspel bleek de ‘wie-vraag’ het zwaarst te wegen, omdat het voor WildlifeNL essentieel was om langdurige samenwerkingsverbanden met veel vertrouwen te creëren. Ook was een breed en divers consortium van belang, omdat je alleen dan kans maakt om verandering teweeg te brengen. Gaandeweg werd de ‘wie-vraag’ dan ook steeds meer het startpunt, waarop later de andere twee aspecten volgden. We laten in het artikel zien dat dit voor andere transdisciplinaire projecten wellicht ook zo kan werken, maar dat waar je de prioriteit legt vooral wordt beïnvloed door de doelstellingen.”
Is er een les die jullie uit dit alles hebben getrokken die je graag andere onderzoekers zou willen meegeven?
“Zeker. Een belangrijke boodschap die we met dit artikel hebben is om dit soort processen en overwegingen transparant te maken bij het rapporteren van transdisciplinaire projecten. Nu zie je nog vaak dat artikelen terugblikkend een nette, lineaire beschrijving geven van het onderzoek, maar in de praktijk blijkt het eerder een kronkelpad met meerdere omwegen en doodlopende afslagen. Voor zowel onderzoekers die dit nog niet eerder ervaren hebben – als voor financiers – kan dit onbedoeld een verkeerd beeld schetsen van wat haalbaar gaat zijn.
Het is dan ook belangrijk om meer openheid te creëren over hoe rommelig en arbeidsintensief de beginfase van zo’n project is, zodat verwachtingen juist gemanaged kunnen worden. Zowel van het voorwerk dat in eigen tijd moet gebeuren – wanneer je nog niet weet of het project überhaupt akkoord krijgt – als van alle voorbereidingen die nog nodig zijn tussen de start van het project en het daadwerkelijk uitvoeren van onderzoek. Dit kan toekomstige projecten helpen om vooraf een realistischere inschatting te maken van de tijd en middelen die nodig zullen zijn.”






